Floris Elfring is een entiteit in versterkerland. Voorheen in samenwerking met Arjan Kool en sinds al flink wat jaren op eigen voeten. Waar Kool koos voor versterkers met wat meer gain (denk Marshall), ging Elfring de andere kant op met low gain en clean amps (denk Fender). Kortgeleden was Floris Nederland zat, verkocht zijn huis in Heiloo en is gaan leven met zijn familie op het platteland van Frankrijk. Uit het oog uit het hart? Maar nee, het broeit bij de versterkerbouwer. Zoals het ging in Nederland, gaat hij het niet meer doen, maar wat het dan wel wordt, vertelt de catweazle-engineer zelf.
Van werkplaats naar wijngaard
De stap van Broek op Langedijk naar het zuiden van Frankrijk is niet bepaald een kleine. Toch was het voor Elfring geen onbezonnen beslissing. Er waren privéredenen, vertelt hij, maar daarnaast is het bedrijfsklimaat in Nederland gewoon niet meer aantrekkelijk. Hij zegt het zonder omwegen: “Nederland is bezig de kleine ondernemer weg te pesten. In mijn geval is dat gelukt.”
In Frankrijk heeft hij echter niet stilgezeten. Zijn apparatuur ging mee, zijn gereedschap staat opgesteld en de avond voor ons gesprek had hij nog een versterker in elkaar gezet. De website staat momenteel op hold, maar dat betekent niet dat de man zelf stilstaat.
Het seriematig bouwen werkt niet meer
De kern van het probleem voor kleine, ambachtelijke versterkerbouwers zit hem in de marges. “Die zijn de afgelopen tien jaar naar de knoppen geholpen,” zegt Elfring. En wie dat in twijfel trekt, hoeft maar naar de concurrentie te kijken. Hij noemt een Duits huismerk dat een compleet kabinet aanbiedt voor een prijs waarbij je bij hem nog geen speaker kan kopen. “Daar moet je dan tegenop concurreren. Dat is gewoon niet te doen. De markt wordt overspoeld met goedkoop materiaal. Tenzij je Fender of Marshall bent, met de schaalvoordelen die daarbij horen, is seriematig bouwen van kwalitatieve buizenversterkers nauwelijks rendabel.”
Modelling of toch het echte werk?
Hoe ziet de gitaarwereld er over vijf jaar uit? Elfring durft geen stellige uitspraken te doen, maar hij denkt dat de traditionele buizenversterker een steeds kleiner marktaandeel zal krijgen. Modelling en captures nemen terrein in. “Mensen willen ook het gewicht niet tillen,” voegt hij er nuchter aan toe.
De vergelijking met de comeback van de platenspeler gaat voor hem niet volledig op. “Er blijft altijd wel een plekje voor de buizenversterker, maar dat plekje wordt steeds kleiner.” Hij is er eerlijk over, ook al spreekt zijn eigen hart voor het analoge geluid.
Dan het gewichtsvraagstuk. “Een oude buizencombo weegt al gauw twintig kilo of meer, voor een groot deel door de transformators. Je kan niet de natuurwetten veranderen,” zegt Elfring droog. “Teruggaan naar een ontwerp zonder voedingstransformator is technisch mogelijk, maar verboden. Dat scheelt kilo’s, maar er viel vroeger dan ook wel eens iemand dood neer op het podium om oa die reden.”
Point-to-point versus printplaat
Een klassiek onderwerp in versterkersland: is handwired point-to-point bouwen beter dan een printplaat? Elfring nuanceert het hardnekkige dogma. “Vroeger was het zo dat point-to-point beter was dan PCB.
Er is wel een klankmatig verschil. “Het signaal gaat anders door een printplaat dan door honderd losse draden. Printplaten hebben platsporen, point-to-point heeft draadjes, het gevolg is dat point-to-point iets helderder klinkt.” Maar technisch gezien ziet hij geen verschil, als je het tenminste goed bouwt. Zijn eigen versterkers zijn gebouwd met printplaten. “Anders kan je die prijzen niet leveren waar ik mijn versterkers voor verkoop.”
Een kleine noot over veiligheid: veel gitaristen aarzelen om in een buizenversterker te prutsen, en terecht. Elfring bevestigt dat moderne versterkers die aan CE-richtlijnen voldoen verplicht spanningsloos moeten zijn binnen een bepaalde tijd na uitschakelen. Zijn eigen versterkers voldoen daaraan. “Maar er wordt zoveel gerommeld. Er zijn zoveel versterkers zonder keurmerk die zich niets aantrekken van de CE-richtlijnen. Blijf ervan af en laat een professional het doen.”
Wat hij wél en niet meer gaat doen
Op de vraag of zijn oude modellen, zoals de Freedom, nog te koop zijn, is het antwoord helder: wat er nog op voorraad is, wordt verkocht. Daarna is het over. Hij gaat ze niet meer produceren. Wie nu een Elfring-versterker wil, zal naar de tweedehandsmarkt moeten.
Elfring werkt op dit moment voor derden, hij bouwt high-end gitaargear voor andere partijen. Maar er is een duidelijke grens: hij ontwerpt niet voor anderen. “Geluid kan je niet omschrijven. Als jij mij vraagt een versterker te maken die zo en zo moet klinken, gaat dat mis. Jij hebt een andere smaak dan ik.” Hij vergelijkt het met wijn: “Jij bent wijnmaker, ik zeg ‘fruitig, niet te lang op de afdronk’, en jij moet het maken. Succes ermee. Wordt nooit wat.”
Wil iemand hem een prototype aanleveren en daar een productieversie van laten maken? Dat wil hij best overwegen. Maar het creatieve traject van nul af aan voor een externe opdrachtgever? Daar begint hij niet meer aan.
Niets nieuws onder de zon, of toch wel?
Is er überhaupt nog ruimte voor iets werkelijk nieuws in de gitaarversterkerwereld? Elfring twijfelt. “De Dumble is geïnspireerd op een Fender. De Marshall is gekopieerd van een Fender. De Mesa Boogie is geïnspireerd op de Soldano. Er zijn eigenlijk maar twee of drie basismodellen waar alles op gebaseerd is.” Hij trekt de vergelijking met de auto: “die heeft altijd vier wielen, een stuur en remmen. En niet ineens vijf wielen, dat willen mensen niet.”
Het geluidsspectrum van Elfring zelf kenmerkt zich door warmte. Clean en licht,overdrive bewust ver weg van de high-gain gebieden. “Ik wil gewoon iets heel moois maken. Qua geluid voor de gitarist, maar ook qua engineering voor mezelf. Waar ik mijn plezier uithaal.”
Wat er komen gaat
Concrete plannen heeft Elfring nog niet. Hij bevindt zich naar eigen zeggen in een pauzeperiode. De oude lijn wordt afgerond, daarna is er ruimte voor iets nieuws. Combo of top? Een serie of een one-off? “Dat weet ik ook nog niet.” Hij heeft geen haast. Maar één ding staat vast: hij stopt niet met het merk, en hij stopt niet met het bouwen. “Ik ga zeker niet stoppen. Maar ik ga ook niet verder zoals het was.”
De kick blijft hetzelfde als altijd. “Een gitarist op het podium zien staan met mijn amp, helemaal uit zijn dak gaan. En dan denk ik: daar is hij voor. Dat is wat ik lekker vind.”
Zodra Elfring meer weet over zijn plannen, hebben wij de primeur. Stay untuned.
