Egmond gitaren: ooit de gitaar van de gewone man, nu een stukje Nederlandse muziekgeschiedenis

13 augustus 2026
UpsizingGear_Egmond gitaren, ooit de gitaar van de gewone man, nu een stukje Nederlandse muziekgeschiedenis

Kan je nog iets met deze oude gitaarklassiekers?

Deel 2,
Wie regelmatig op Marktplaats, Reverb of andere tweedehandsplatforms rondkijkt, is ze ongetwijfeld wel eens tegengekomen: oude Egmond gitaren. Vaak met vergeelde lak, een flinke verzameling gebruikssporen en soms een uiterlijk dat je direct terugbrengt naar de jaren vijftig of zestig. De prijzen lopen behoorlijk uiteen. Voor een paar tientjes kom je ze soms tegen, maar voor bijzondere modellen worden ook honderden euro’s gevraagd.

Egmond is allang verdwenen als gitaarfabrikant. Toch is het merk nog opvallend goed vertegenwoordigd op de tweedehandsmarkt. En dat roept een interessante vraag op: is zo’n oude Nederlandse Egmond vandaag de dag eigenlijk nog de moeite waard?

Het korte antwoord: soms absoluut. Maar je moet wel weten waar je aan begint.

Van muziekwinkel naar gitaarfabriek

Het verhaal van Egmond begint in 1932, toen Uilke Egmond in Valkenswaard de muziekschool en muziekwinkel Musica oprichtte. Egmond was oorspronkelijk een musicus en oud-stationschef. De winkel verkocht aanvankelijk vooral muziekinstrumenten die uit Oost-Europa werden geïmporteerd.

Toen de import tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds moeilijker werd, besloot de familie uiteindelijk zelf instrumenten te gaan maken. Daarmee ontstond de basis voor wat later een van de grootste gitaarproducenten van Europa zou worden.

De productie begon kleinschalig. In het begin van de jaren vijftig had Egmond ongeveer twintig werknemers en werden er zo’n vijftig gitaren per week gemaakt. Naast gitaren kwamen daar onder meer banjo’s en mandolines bij.

De groei ging vervolgens razendsnel. In het begin van de jaren zestig had het bedrijf ongeveer tachtig medewerkers en werden er volgens historische bronnen zo’n 2.000 gitaren per week geproduceerd. De onderneming verhuisde uiteindelijk naar een nieuwe fabriek aan de Randweg in Best, die in 1960 in gebruik werd genomen.

Een Nederlandse gitaar voor iedereen

De grote kracht van Egmond was niet dat het de beste gitaren ter wereld bouwde. Het was juist de prijs.
In de jaren vijftig en zestig groeide de belangstelling voor gitaar enorm. Rock-‘n-roll, skiffle en later beatmuziek zorgden ervoor dat steeds meer jongeren zelf een gitaar wilden hebben. Egmond speelde daar perfect op in met betaalbare instrumenten.

De fabriek groeide uit tot een massaproducent. In de jaren zestig werden volgens historische bronnen jaarlijks ongeveer 100.000 tot 125.000 gitaren geproduceerd. Een groot deel daarvan werd geëxporteerd. Volgens een historische beschrijving uit Best ging ongeveer 90 procent van de productie naar het buitenland.

Egmond werd daarmee een belangrijke speler op de internationale markt voor betaalbare gitaren. De goedkoopste modellen kostten slechts een fractie van wat een vergelijkbare gitaar van bijvoorbeeld Fender of Gibson kostte. Dat verklaart ook waarom Egmond zoveel gitaristen bereikte. Voor een beginnende gitarist was een Egmond simpelweg bereikbaar.

George Harrison begon op een Egmond

En daar zit een van de leukste hoofdstukken uit de geschiedenis van het merk.

George Harrison begon in 1956 op een Egmond 105/0, een eenvoudig akoestisch model dat in Groot-Brittannië onder de naam Rosetti 276 werd verkocht. Harrison kocht de gitaar tweedehands voor ongeveer £3,10.

Dat maakt de Egmond-historie natuurlijk extra interessant. De gitaar waarmee een toekomstige Beatle zijn eerste akkoorden leerde spelen, was bepaald geen luxe-instrument. Harrison herinnerde zich het instrument later dan ook niet bepaald als een hoogtepunt van gitaarbouw. Het was vooral goedkoop en beschikbaar.

Maar de historische waarde van die specifieke gitaar bleek uiteindelijk enorm. In 2003 werd Harrisons oude Egmond op een veiling verkocht voor £276.000. Dat bedrag zegt uiteraard niets over de waarde van een willekeurige Egmond. Het is de geschiedenis van het specifieke instrument die de prijs zo extreem maakte.

Ook Brian May begon op een Egmond Toledo. En Paul McCartney gebruikte een Egmond Solid 7 die hij zelf ombouwde tot basgitaar door er vier pianosnaren op te zetten.

Het is dus niet overdreven om te zeggen dat Egmond een rol speelde in de beginjaren van meerdere grote Britse muzikanten.

Maar waren Egmonds eigenlijk goede gitaren?

Hier wordt het verhaal wat ingewikkelder.

Egmond maakte vooral betaalbare massaproductie-instrumenten. De kwaliteit was daardoor niet altijd consistent. Sommige gitaren waren verrassend goed, terwijl andere exemplaren duidelijk last hadden van constructie- en afwerkingsproblemen.

De historische bronnen zijn daar vrij duidelijk over: Egmond was in de jaren zestig vooral bekend vanwege de enorme productieaantallen en de lage prijs, niet vanwege uitzonderlijke bouwkwaliteit. Dat zie je ook terug in de constructie van verschillende modellen. De goedkoopste Toledo-modellen waren bijvoorbeeld volledig van berkenmultiplex gemaakt. Dat klinkt tegenwoordig misschien niet indrukwekkend, maar het was een bewuste manier om een betaalbare gitaar te produceren. Binnen de Toledo-serie waren er overigens ook duurdere uitvoeringen met andere houtsoorten en een uitgebreidere constructie.

Je kunt daarom niet simpelweg zeggen: “Een Egmond is een slechte gitaar.” Daarvoor was het assortiment te groot en de kwaliteitsverschillen tussen modellen te aanzienlijk. Het is verstandiger om Egmond te zien als een fabrikant die voornamelijk betaalbare instrumenten produceerde, waarbij het ene exemplaar aanzienlijk interessanter kan zijn dan het andere.

Waarom zijn ze nog steeds te koop?

Omdat er heel veel van zijn gemaakt.

Dat is eigenlijk de belangrijkste verklaring. Egmond produceerde in zijn hoogtijdagen enorme aantallen gitaren en exporteerde ze over de hele wereld. Daardoor zijn er, ruim een halve eeuw later, nog steeds behoorlijk wat exemplaren in omloop.

Op de huidige tweedehandsmarkt zie je dan ook allerlei varianten: eenvoudige akoestische modellen, parlor-gitaren, archtops, semi-hollow elektrische gitaren, twaalfsnaren en verschillende elektrische modellen.

Op Reverb zijn bijvoorbeeld oude Egmonds aangeboden voor bedragen van ongeveer €150 tot €350, afhankelijk van model, staat en uitvoering. Een Egmond Toledo P1 uit de jaren zestig werd recent voor €150 aangeboden, terwijl andere vintage elektrische en archtop-modellen voor enkele honderden euro’s werden aangeboden of verkocht.

Dat geeft meteen een belangrijk punt aan: er bestaat niet zoiets als “de waarde van een Egmond”. Het model, de leeftijd, originaliteit, staat en vooral de bespeelbaarheid bepalen veel meer.

Is een Egmond kopen dan verstandig?

Als je op zoek bent naar een moderne werkpaardgitaar waarop je iedere dag uren wilt spelen, zou ik niet automatisch voor een Egmond kiezen. Een moderne budgetgitaar biedt doorgaans een betere en consistentere bouwkwaliteit. Je krijgt een verstelbare hals, moderne hardware, betere frets en vaak een veel betrouwbaardere afwerking.

Maar dat betekent niet dat een Egmond geen goede aankoop kan zijn. Integendeel.

Voor een gitarist die geïnteresseerd is in vintage instrumenten, Nederlandse muziekgeschiedenis of het karakter van oude gitaren kan een Egmond juist erg leuk zijn. Sommige exemplaren zijn bovendien na een goede afstelling prima bespeelbaar. Op de tweedehandsmarkt zijn ook voorbeelden te vinden van Egmonds die na tientallen jaren nog steeds goed functioneren.

Het belangrijkste advies is dan ook: koop geen Egmond omdat er “vintage” op staat. Koop hem omdat het specifieke exemplaar goed is.

Waar moet je op letten?

Bij een oude Egmond moet je eigenlijk net zo kritisch zijn als bij iedere andere vintage gitaar. Misschien zelfs iets kritischer.

Controleer allereerst de hals. Een kromme of ernstig getordeerde hals kan een probleem zijn dat moeilijk of economisch niet interessant te herstellen is. Controleer daarnaast de verbinding tussen hals en body, de brug en de staat van de top.

Bij akoestische exemplaren zijn scheuren, losgekomen bracing en een omhoog gekomen of losgeraakte brug belangrijke aandachtspunten. Bij oude elektrische Egmonds moet je bovendien de elektronica goed controleren. Potmeters, schakelaars, bedrading en pickups hebben tenslotte tientallen jaren achter de rug.

Kijk ook naar de frets en de stemmechanieken. Een gitaar die er prachtig uitziet maar niet op stemming blijft of nauwelijks bespeelbaar is, kan uiteindelijk duurder worden dan een op het eerste gezicht minder mooi exemplaar dat technisch gezond is.

En misschien wel het belangrijkste: probeer hem te bespelen voordat je hem koopt. Een Egmond van €100 die goed speelt, kan een veel interessantere aankoop zijn dan een Egmond van €250 die een flinke reparatie nodig heeft.

Vintage is niet automatisch waardevol

Dat is misschien wel de belangrijkste les van het Egmond-verhaal. Een gitaar uit 1965 is niet automatisch honderden euro’s waard omdat hij zestig jaar oud is. Egmond maakte heel veel gitaren en een groot deel daarvan was bedoeld als betaalbaar beginnersinstrument.

De bijzondere uitzonderingen kunnen wel degelijk waardevol zijn. Denk aan zeldzame modellen, bijzonder goed bewaarde exemplaren, originele uitvoeringen en natuurlijk instrumenten met een aantoonbare historische herkomst.

Maar een beschadigde Egmond uit een veel geproduceerd instapmodel blijft in de eerste plaats een oude, betaalbare gitaar. Dat maakt hem overigens niet minder leuk.

Een stukje Nederlandse gitaarhistorie

Misschien is dat uiteindelijk precies waarom Egmond interessant blijft. Het merk was geen Nederlandse Fender of Gibson. Het was ook geen exclusieve boutique-fabrikant die met de hand een paar tientallen gitaren per jaar bouwde.

Egmond deed iets anders. Het maakte de gitaar bereikbaar voor een enorme groep mensen.

In de jaren zestig was de fabriek in Best zelfs een van de grootste gitaarproducenten ter wereld. Na financiële problemen in de jaren zeventig kwam het bedrijf echter in zwaar weer terecht. In 1972 werden veel werknemers ontslagen en een groot deel van de aandelen kwam uiteindelijk in handen van het Amerikaanse Tolchin Instruments. Later ontstond ook een samenwerking met C.F. Martin, waarbij onder meer Vega-gitaren voor de Amerikaanse markt in Best werden geproduceerd.

In 1977 kwam daar een einde aan. De fabriek ging uiteindelijk failliet. De productie van gitaren werd daarna nog enige tijd voortgezet onder andere omstandigheden, maar in 1983 kwam er definitief een einde aan de gitaarproductie. Daarmee verdween Egmond als fabrikant, maar niet uit het collectieve geheugen van gitaristen.

Dus: kopen of laten staan?

Als je een Egmond op Marktplaats ziet staan voor een redelijke prijs en je vindt het instrument mooi, zou ik hem zeker niet bij voorbaat laten staan. Maar benader hem als een vintage instrument, niet als een goedkope manier om voor weinig geld een perfecte gitaar te kopen.

Een goed bewaard gebleven Egmond die technisch in orde is, kan een ontzettend leuk instrument zijn. Zeker de elektrische modellen uit de jaren zestig hebben een uitstraling die je bij moderne gitaren nauwelijks nog tegenkomt. En bij een goede prijs koop je bovendien een stukje Nederlandse muziekgeschiedenis.

Voor dagelijks gebruik zou ik persoonlijk eerst kijken naar de staat en bespeelbaarheid en pas daarna naar het logo op de kop. En misschien is dat wel de mooiste eigenschap van Egmond: het waren gitaren die ooit werden gemaakt om zoveel mogelijk mensen aan het spelen te krijgen. Ruim zestig jaar later doen sommige dat nog steeds.

Alleen moet je tegenwoordig iets beter weten waar je naar kijkt.