De meest iconische gitaar smashes ooit: wanneer rockgitaren eraan moesten geloven

02 september 2026
De meest iconische gitaar smashes ooit: wanneer rockgitaren eraan moesten geloven

Kapotgeslagen gitaren, legendarische momenten

Een gitaar is voor veel muzikanten een kostbaar instrument waar jaren aan wordt gewerkt. Toch zijn er momenten geweest waarop rocksterren besloten dat hun gitaar een heel andere rol moest krijgen: die van podiumattribuut. Het kapotmaken van een gitaar werd onderdeel van de show en soms zelfs een herkenbaar onderdeel van de identiteit van een band.

Pete Townshend en de geboorte van de gitaar smash

Als er één gitarist is die bijna automatisch wordt genoemd bij het kapotmaken van gitaren, is het Pete Townshend van The Who. Zijn gitaarvernietigingen werden een belangrijk onderdeel van de explosieve liveshows van de band.

Townshend begon gitaren kapot te maken tijdens optredens en ontwikkelde daar uiteindelijk een compleet herkenbaar podiumritueel van. Zijn Rickenbacker– en later andere gitaren werden met veel energie tegen het podium geslagen.

Het was niet alleen bedoeld als shockmoment. De actie paste bij de wilde en chaotische uitstraling van The Who. Een gitaar die aan het einde van een optreden aan stukken lag, werd bijna onderdeel van de finale.

Jimi Hendrix maakte van vernietiging kunst

Ook Jimi Hendrix wist als geen ander hoe je een optreden onvergetelijk kon maken. Tijdens het Monterey Pop Festival in 1967 werd zijn optreden legendarisch, mede door het moment waarop hij zijn Fender Stratocaster aan het einde van de show in brand stak.

Hoewel dit technisch gezien geen klassieke gitaar smash is, hoort het absoluut thuis in hetzelfde verhaal. Hendrix veranderde zijn instrument in een onderdeel van de performance. De gitaar werd bijna een kunstobject.

Het moment hielp bovendien mee aan de mythe rond Hendrix. Een Stratocaster was niet langer alleen een gitaar, maar kon op het podium ook symbool staan voor vrijheid, experiment en pure rock-‘n-roll.

Kurt Cobain en de jaren 90

In de jaren 90 kreeg gitaarvernietiging een andere uitstraling. Kurt Cobain van Nirvana gebruikte het kapotmaken van gitaren tijdens bepaalde optredens als onderdeel van de rauwe energie van de band.

Waar Townshend bekendstond om zijn theatrale podiumact, voelde het bij Nirvana vaak meer als een verlengstuk van de ongepolijste grungecultuur. Gitaren waren gebruiksvoorwerpen en mochten er vooral niet te netjes uitzien.

Cobain speelde onder andere verschillende Fender-modellen en stond bekend om het aanpassen en combineren van onderdelen. Daardoor pasten kapotte en samengestelde gitaren goed bij het DIY-karakter van de grungeperiode.

Waarom sloegen rocksterren hun gitaren kapot?

De grote vraag is natuurlijk: waarom zou je een gitaar van soms honderden of duizenden euro’s kapotmaken? Een deel van het antwoord ligt in entertainment. Rockconcerten draaiden niet alleen om de muziek. Het publiek wilde een ervaring. Een gitarist die aan het einde van een nummer zijn instrument kapotmaakt, zorgt automatisch voor een moment dat mensen onthouden.

Daarnaast heeft het iets symbolisch. De gitaar staat normaal gesproken voor controle, techniek en muzikaliteit. Door het instrument te vernietigen, draait de muzikant dat idee volledig om.

Bij sommige artiesten werd het bovendien een herkenbaar onderdeel van hun imago. Zodra het publiek wist dat er aan het einde van de show een gitaar kon sneuvelen, werd het bijna onderdeel van de verwachting.

Niet iedere smash was gepland

Een belangrijk verschil is dat niet iedere kapotte gitaar het resultaat was van een geplande show. Soms ging het simpelweg mis. Tijdens energieke optredens kunnen gitaren tegen versterkers, microfoonstandaards of het podium komen. Een strap kan losraken en een instrument kan vallen. Zeker in de hoogtijdagen van de klassieke rock was het podium niet bepaald een rustige plek.

Toch zijn juist de momenten waarop een gitaar onverwacht sneuvelt vaak onderdeel geworden van de verhalen rond bands. Rock heeft altijd iets gehad van spontaniteit en risico.

Van Rickenbacker tot Fender Stratocaster

De gitaren die bij deze momenten betrokken waren, zijn inmiddels bijna net zo bekend als de muzikanten zelf. De Rickenbacker van Pete Townshend en de Fender Stratocaster van Hendrix zijn goede voorbeelden van gitaren die door hun gebruik op het podium een bijna mythische status kregen.

Dat is misschien wel het vreemde aan een gitaar smash. Een instrument kan door vernietiging juist nog beroemder worden.

Voor verzamelaars en gitaristen klinkt het natuurlijk behoorlijk pijnlijk. Een goede gitaar slopen is voor de gemiddelde gitarist ongeveer het tegenovergestelde van een goede investering. Maar op het podium kan zo’n moment onderdeel worden van de geschiedenis.

De gitaar smash leeft nog steeds

Hoewel de klassieke gitaarvernietiging vooral wordt geassocieerd met de jaren 60, 70 en 90, is het idee nooit helemaal verdwenen. Rockbands blijven zoeken naar manieren om hun liveshows groter en opvallender te maken.

De klassieke gitaar smash blijft daarbij een van de meest herkenbare rock-‘n-rollbeelden. Een gitarist, een luid podium en een instrument dat het einde van de show niet haalt.

Misschien is dat precies waarom de meest iconische gitaar smashes nog steeds worden besproken. Het gaat uiteindelijk niet alleen om een kapotte gitaar. Het gaat om een moment waarop muziek, performance en pure rock-‘n-roll samenkomen.