MIDI en gitaar lijken misschien niet altijd de meest voor de hand liggende combinatie, maar voor gitaristen met een uitgebreide pedalboard- of modelingsetup kan MIDI juist een enorme hoeveelheid mogelijkheden bieden. Retrokits ontwikkelt compacte hardware waarmee verschillende apparaten met elkaar kunnen communiceren, van MIDI-controllers en loopers tot modelers, versterkers en andere digitale apparatuur.
Achter Retrokits staat Gerrit Dijkstra. Wat begon vanuit zijn eigen behoefte om elektronische muziekapparatuur beter met elkaar te laten samenwerken, groeide uit tot een bedrijf met een reeks compacte MIDI-oplossingen. De producten zijn niet specifiek voor gitaristen ontwikkeld, maar juist de flexibiliteit maakt ze interessant voor moderne gitaarsets. Denk aan het gelijktijdig schakelen van presets, het synchroniseren van loopers (synths) en effecten, het aansluiten van USB-MIDI-apparatuur en het bedienen van een complete rig zonder laptop.
Voor UpsizingGear spreken we Gerrit over het ontstaan van Retrokits, maar vooral over de mogelijkheden die MIDI biedt aan gitaristen die meer uit hun pedalboard, modeler of live-rig willen halen.
Je bent niet vanuit de gitaarwereld met Retrokits begonnen. Waar komt die fascinatie voor MIDI en elektronische apparatuur vandaan?
“Eigenlijk maakte ik al heel lang muziek met computers. Rond 2000 trad ik ook op met allerlei spullen. Ik kon wel wat spelen, maar als het ingewikkeld werd, had ik toch een computer nodig. In het begin stond ik dus met een computer, monitor en allerlei apparatuur op het podium. Later kwamen er steeds meer kleine kastjes die eigenlijk heel leuke dingen konden doen.
Een van de eerste dingen waar ik tegenaan liep, was een Korg Volca. Ik had een oude drumcomputer waarin ik samples wilde gooien en daarvoor was ik zelf hardware aan het maken. Toen kwam die Volca uit. Dat ding klonk goed, maar de MIDI-mogelijkheden waren heel beperkt. Je kon eigenlijk alleen een trigger sturen van sample één tot en met tien. Als je hem met een grotere set wilde integreren, werkte dat niet echt.
Toen dacht ik: als ik nou een kabel maak die de MIDI-informatie vertaalt naar wat dat apparaat wel begrijpt, dan kun je er ineens veel meer mee. Als je bijvoorbeeld met een keyboard speelt, kan die kabel de informatie van de toetsen omzetten naar wat de Volca nodig heeft. Dan hoef je er geen computer of allerlei andere kastjes tussen te zetten. De vertaling gebeurt gewoon in de kabel.”
Dat principe, bestaande apparatuur beter laten samenwerken, zie je eigenlijk nog steeds terug in jullie producten?
“Ja, precies. Je hebt heel vaak dat een apparaat iets wel kan, maar net niet op de manier waarop jij het wilt gebruiken. Dan kun je natuurlijk zeggen: dan koop ik iets anders. Maar soms is het veel makkelijker om ervoor te zorgen dat het apparaat dat je al hebt ineens wél doet wat je wilt.
Dat is eigenlijk nog steeds een beetje de gedachte achter Retrokits. Je kijkt naar wat apparaten kunnen en vervolgens probeer je ze zo aan elkaar te koppelen dat ze samen iets kunnen wat ze afzonderlijk niet kunnen.
Dat is voor gitaristen natuurlijk ook interessant. Je hebt tegenwoordig heel veel apparaten op een pedalboard. Een modeler, een looper, misschien een MIDI-controller, effecten, een computer of tablet en soms nog een versterker. Die apparaten kunnen allemaal hun eigen ding, maar de vraag is hoe je ze met elkaar laat samenwerken.
En dan kom je al snel bij MIDI uit.”
Wat kan een gitarist concreet met een Retrokits-apparaat op zijn pedalboard?
“De RK-6 is daar bijvoorbeeld heel geschikt voor. Het is een compact apparaat dat je ergens onder je pedalboard kunt hangen. Je kunt er USB-controllers op aansluiten, MIDI uitsturen en ook gate- en clocksignalen gebruiken.
Stel dat je een looper hebt. Die wil je misschien synchroniseren met je andere apparatuur. Of je hebt een modeler waarbij je met een program change naar een andere preset wilt. Dan kun je dat allemaal vanuit één centraal punt regelen.
Je kunt ook heel specifiek bepalen welke MIDI-informatie wordt doorgestuurd. Stel dat je alleen program changes wilt hebben. Dan kun je zeggen: laat alleen die door en houd de rest tegen. Dat kun je opslaan als een profiel.
Dat is juist handig omdat MIDI soms ontzettend veel informatie bevat. Je wilt niet altijd dat alles naar ieder apparaat gaat.”
Kun je daarmee bijvoorbeeld met één druk op een knop meerdere apparaten tegelijk laten veranderen?
“Ja. Dat is eigenlijk een van de leuke dingen van MIDI. Je kunt bijvoorbeeld met één actie een andere preset op je modeler kiezen en tegelijkertijd iets naar een ander apparaat sturen.
Stel je hebt een clean-gedeelte in een nummer en daarna komt een zwaar vervormd stuk. Dan kun je met één program change je hele setup laten veranderen. Je modeler gaat naar een ander profiel, een ander MIDI-apparaat kan een andere instelling krijgen en een looper of ander apparaat kan iets anders doen.
Je hoeft dan niet op drie of vier apparaten afzonderlijk te drukken.
Dat kan natuurlijk ook met een MIDI-controller, maar wij zitten meer aan de kant van het apparaat dat ervoor zorgt dat al die verschillende dingen met elkaar kunnen praten.”
Hoe ver kun je daarin gaan met een complete band?
“Dat kan behoorlijk ver gaan. Stel je hebt twee gitaristen, een bassist, een sampler en een drummer met een clicktrack. Dan kun je een centraal MIDI-systeem maken waarmee je heel veel dingen synchroniseert.
Met MIDI kun je bijvoorbeeld program changes sturen. Dan gaat het ene apparaat naar preset 8 en een ander apparaat misschien naar preset 26. Je kunt daar ook weer andere opdrachten tussen zetten.
Als je een backing track of een sequence gebruikt, kun je daar allerlei veranderingen aan koppelen. Dan kan de muziek bepalen wanneer bepaalde apparaten moeten veranderen.
Maar je moet altijd kijken naar wat de apparaten zelf ondersteunen. Onze apparaten kunnen heel veel uitsturen en verwerken, maar het andere apparaat moet die informatie natuurlijk wel kunnen ontvangen en begrijpen.”
Dat lijkt vooral interessant voor gitaristen die een uitgebreide live-rig hebben.
“Ja, zeker. Je hebt natuurlijk gitaristen die gewoon een versterker en drie pedalen hebben. Dan heb je dit allemaal niet nodig. Maar als je een grote setup hebt, kan het juist heel veel gedoe oplossen.
Je ziet steeds meer gitaristen met modelers, meerdere effecten, loopers en allerlei controllers. Dan wordt het op een gegeven moment interessant om dat allemaal met elkaar te laten communiceren.
Het mooie is dat je het ook klein kunt houden. De RK-6 is juist compact. Je kunt hem onder een pedalboard hangen en je hoeft er niet ineens een enorme MIDI-rack van te maken.”
USB wordt daarbij steeds belangrijker. Hoe werkt dat met bijvoorbeeld moderne USB-MIDI-pedalen?
“USB is inderdaad steeds belangrijker. Als je USB-apparaten wilt aansluiten, kun je bijvoorbeeld een OTG-kabel gebruiken. Daar kun je vervolgens een USB-hub aan hangen.
Dan kun je meerdere USB-apparaten aansluiten en worden die onderdeel van hetzelfde systeem. De RK kan die informatie samenbrengen. Hij kan ook zorgen dat de MIDI-clock bijvoorbeeld netjes meeloopt.
En je kunt filteren. Als een apparaat bijvoorbeeld bij het starten allerlei informatie meestuurt die je niet wilt hebben, kun je zeggen: de tempo-informatie mag wel door, maar de startopdracht niet. Of je wilt alleen program changes doorlaten. Dat soort dingen kun je instellen.
Daar zit voor mij ook een belangrijk deel van de toegevoegde waarde. Het is niet alleen een doorgeefluik. Je kunt echt bepalen wat er met de informatie gebeurt.”
En hoe interessant is dat voor bijvoorbeeld een Kemper, Helix, Quad Cortex of andere modeler?
“Dat hangt af van wat het apparaat via MIDI of USB beschikbaar maakt. Als het apparaat een protocol gebruikt waar we bij kunnen, kun je er heel veel mee.
We hebben bijvoorbeeld een display gemaakt dat specifiek met de Kemper Player kan werken. Dat kijkt wat de Kemper doet en laat dat zien. Dat is handig omdat je op een podium gewoon wilt kunnen zien welke preset of welk profiel actief is.
Je kunt natuurlijk een telefoon erbij pakken, maar ik vind het zelf prettiger als je gewoon een schermpje voor je hebt. Je wilt tijdens het spelen niet voortdurend met een telefoon bezig zijn.
En dat is eigenlijk een heel algemene gedachte: als je apparatuur informatie beschikbaar stelt, kun je daar vaak iets mee doen. Alleen moet het apparaat die informatie natuurlijk wel beschikbaar maken.”
Jullie display is dus niet alleen een schermpje, maar kan ook functies toevoegen?
“Ja. Het is eigenlijk een klein MIDI-apparaat dat kan communiceren met de apparatuur. Bij de Kemper kunnen we bijvoorbeeld informatie uitlezen en weergeven.
Daarnaast kun je er Bluetooth-functionaliteit mee toevoegen aan apparaten die dat zelf niet hebben. Je kunt hem bijvoorbeeld gebruiken om een apparaat draadloos te bedienen. Dan is het ook interessant voor de toaster en de 19 inch versie.
Als je een Kemper of ander apparaat ergens in een hoek hebt staan, kun je met zo’n display op je bureau nog steeds zien wat hij doet. Je kunt hem ook op afstand bedienen.
Dat soort dingen vind ik interessant omdat je daarmee niet per se meer apparatuur toevoegt om meer apparatuur te hebben. Je maakt de apparatuur die je al hebt gewoon makkelijker te gebruiken.”
Zie je een toekomst waarin een complete gitaarsetup automatisch wordt aangestuurd?
“Ja, dat kan nu eigenlijk al. De techniek is er. De vraag is vooral hoe ver een gitarist daarin wil gaan. Je kunt bijvoorbeeld een nummer opdelen in verschillende stukken. In het intro wil je een bepaald geluid, in het couplet een ander geluid en in het refrein weer iets anders. Dat kun je allemaal automatiseren.
Je kunt daar program changes voor gebruiken, maar ook andere MIDI-commando’s. Als je een sequence of backing track hebt, kun je die informatie laten meelopen. Het voordeel is dat je dan tijdens het optreden minder hoeft te doen. Je hoeft niet meer op verschillende apparaten te drukken. Je speelt gewoon en de apparatuur volgt.
Maar ik denk wel dat je moet oppassen dat je het niet te ingewikkeld maakt. Want dan wordt de techniek uiteindelijk weer het probleem.”
Dat is herkenbaar voor veel gitaristen: hoe groter het pedalboard, hoe groter de kans dat er iets misgaat.
“Ja, precies. Je kunt een heel mooi systeem bouwen en dan doet het tijdens het optreden ineens iets anders dan je verwacht. Ik heb zelf vroeger met computers op het podium gestaan en het ging meestal goed. Maar je hebt natuurlijk altijd dat moment dat iets vastloopt. En voordat je het weet ben je tijdens een optreden bezig met een computer in plaats van met muziek.
Dat is ook waarom ik die kleine standalone apparaten zo leuk vind. Je zet ze aan en ze doen hun werk. Ik denk dat er een groep muzikanten is die juist geen computer wil. Mensen die de hele dag achter een computer zitten en als ze muziek gaan maken denken: nu wil ik gewoon een apparaat voor me hebben.
Dat herken ik zelf ook. Met een computer kun je alles, maar daardoor kun je jezelf ook verliezen in de mogelijkheden. Je bent dan meer bezig met instellingen, updates en allerlei andere dingen dan met muziek.”
Is dat ook de reden dat de RK-8 meer is dan alleen een MIDI-router?
“Ja. Op een bepaald moment hadden we zoiets van: we hebben nu al die verbindingen en routers, maar we missen eigenlijk nog een apparaat waarin je muziek kunt opnemen. Toen kwam de RK-8. Dat is eigenlijk een compacte MIDI-sequencer. Het idee komt een beetje uit de tijd van de MMT-8. Je kunt hier acht tracks opnemen en er echt arrangementen mee maken.
Je kunt patronen opslaan en vervolgens bijvoorbeeld patroon twaalf kiezen voor een ander gedeelte van een nummer. Je kunt MIDI-data ook bewerken, kwantiseren en andere bewerkingen doen. Je kunt hem gebruiken als liveapparaat, maar ook in de studio. Je kunt iets inspelen, het in de RK-8 opslaan en later naar je computer exporteren. Of je maakt iets op de computer en zet het daarna weer in de RK-8.
Voor een gitarist kan dat bijvoorbeeld interessant zijn als je met een looper, backing track of andere MIDI-apparatuur werkt. Je hebt dan een soort centrale sequencer waarmee je de rest kunt aansturen.”
Daarmee kun je dus ook een laptop uit je live-rig halen?
“Voor een deel wel. Als je alleen MIDI nodig hebt, kan dat heel goed. Voor audio is het natuurlijk een ander verhaal. Als je bijvoorbeeld complete backing tracks wilt afspelen, heb je een apparaat nodig dat die audio kan afspelen. MIDI zelf bevat geen audio.
Maar voor het aansturen van apparatuur kun je heel veel zonder computer doen. Je kunt bijvoorbeeld een MIDI-sequence laten lopen die op bepaalde momenten program changes stuurt. Dat kan voor een gitarist heel interessant zijn. Je hebt bijvoorbeeld een backing track of sequence en ondertussen worden je presets automatisch aangepast. Dan hoef je tijdens het nummer eigenlijk alleen maar gitaar te spelen.”
Zie je dat soort toepassingen vooral bij professionele gitaristen?
“Niet alleen. Natuurlijk zijn er professionele muzikanten die hele grote rigs hebben, maar ik vind het juist interessant dat je het ook voor kleinere setups kunt gebruiken. Je kunt een heel eenvoudige setup hebben met één modeler en één controller. Dan kun je al iets automatiseren.
Maar er zijn ook mensen die helemaal losgaan met hun pedalboard en allerlei apparaten willen koppelen. Voor die mensen wordt het steeds interessanter. Je hebt altijd die twee groepen. De ene wil gewoon drie pedalen en spelen. De andere wil precies weten wat elk apparaat doet en alles kunnen automatiseren. Wij proberen ervoor te zorgen dat beide mogelijk zijn.”
Zijn er nog specifieke ontwikkelingen voor gitaristen waar je mee bezig bent?
“Een idee dat ik samen met mijn zoon wel eens heb gehad, is een klein clip-on begeleidingsapparaat voor gitaar. Je klikt het op je gitaar, sluit je gitaar en een koptelefoon aan en je kunt meteen spelen.
Dan zou je bijvoorbeeld verschillende genres kunnen hebben met verschillende drumkits. Je pakt je gitaar en je kunt meteen jammen. Dat soort kleine apparaten vind ik eigenlijk heel leuk. Het hoeft niet altijd een enorm systeem te zijn. Soms is het juist leuk als je iets pakt, aansluit en meteen muziek kunt maken.
Dat is uiteindelijk ook de filosofie achter Retrokits: zorgen dat de techniek je helpt om muziek te maken, in plaats van dat je eerst een technisch project moet bouwen voordat je überhaupt kunt beginnen.”








