Nieuw album en nieuwe kansen voor Desert Colossus

28 maart 2026
UpsizingGear_Desert Colossus

Stonerrockers hopen op doorbraak

Ergens weggestopt op een achenebbis industrieterrein in Zaandam, in een omgebouwde loods, bevindt zich de studio en oefenruimte van Desert Colossus. De band bracht begin maart hun geweldige nieuwe album Apparatus uit en krijgt er niets dan lof voor, terecht, zoals ik al snel zou ondervinden.

Bij binnenkomst werd ik hartelijk ontvangen door de viermans band. Ik kreeg op verzoek een Coke Zero Citroen in de hand gedrukt terwijl de heren zelf grepen naar een biertje, waarna ze een aantal nummers speelden. De bedoeling was een halfuurtje blijven, maar zet een stel muzikanten bij elkaar en je weet hoe dat gaat. Voor je het weet ben je er een stuk langer.

Ouwe meuk…uhhhhh…vintage gear

Uit een berg ouwe meuk/vintage gear uit de jaren 60/70 doomde het er flink op los. Drummer Frank Feij is precies het type drummer dat je wil in een desert/stoner rock band: iemand die zowel kan beuken als grooven, en die twee dingen tegelijk doet ook. Tijdens het korte setje was er nog even een kleine discussie over wie de oehjes en aahjes voor zijn rekening zou nemen, maar tijdens het spelen ging dat eigenlijk gewoon vanzelf en het klonk goed.

Dan de gear-kant van het verhaal, want daar zijn we bij UpsizingGear natuurlijk voor. Bassist Tommie Collé én gitarist Leon van Wijk bouwen allebei zelf pedalen. Alsof dat nog niet genoeg is: de gitaren waar Leon én gitarist/zanger Frank Zoomer op spelen, heeft Leon ook zelf gebouwd. We hebben hier dus met serieuze gearfreaks te maken, en daar weten we bij UpsizingGear wel raad mee. 😄

De gitaren, de pedalen en de filosofie

Het eerste wat opvalt als je de studio van Desert Colossus binnenstapt, is de hoeveelheid spullen. Overal staan versterkers, onderdelen, pedalboards, cabinets, soldeerbout, de hele ruimte ademt de obsessie van mensen die muziek niet alleen spélen, maar ook bouwen. Leon van Wijk is de drijvende kracht achter de gitaren waar hijzelf en zanger/gitarist Frank Zoomer op spelen. Het begon met een frustratie: hij zocht jaren naar een Kawaii KS-11 of KS-12, een gitaar waarvan er zo weinig zijn gebouwd dat ze bijna niet te vinden zijn. “Ik werd er helemaal gek van,” vertelt Leon. “Toen dacht ik, nou, dan maak ik hem gewoon zelf.” Dat eerste instrument groeide uit tot een teller van inmiddels zo’n dertig gebouwde gitaren, voor bandleden, voor bevriende bands die in dezelfde studio repeteren, en ook een handvol verkocht aan anderen. “Hij heeft ook een keer een gitaar gemaakt van een kerkbank,” voegt Frank er lachend aan toe. “Ik vind het leuk als het hout een verhaal heeft.”

Wat Leon het meest bezighoudt bij het bouwen is niet het hout, hoewel bepaalde houtsoorten wel degelijk hun functie hebben, maar de feel. “De hals moet niet te dik zijn. Het moet gewoon goed spelen, licht zijn, zodat je er echt overheen kan vliegen.” Hij demonstreert door zijn hand langs een hals te strijken. “Ik ga gewoon schuren, voel met mijn hand, en dan weet ik op een gegeven moment: dit is hem.” De brug pickup is voor hem de heilige graal van elke gitaar. “Dat is de main pickup die wij gebruiken. De hals pickup is voor effectjes, leuke details.” Hoewel hij van origine wat meer vanuit de punkhoek denkt, aanval, felheid, clarity, benadrukt hij dat die keuze ook muzikaal doordacht is. “Als je reverb over die bridge pickup gooit, wordt het massief. Dat trekt alles open. Bij de hals wordt het een muur, wat ook vet kan zijn, maar dan mis je die snelheid in snelle passages.”

Leon en bassist Tommie Collé zijn allebei opgeleid als elektrotechnicus, wat de soldeerbout in huis verklaart. Ze bouwen naast gitaren ook pedalen, en die hobbypassie stak bij beiden tegelijk de kop op. “Ik denk dat we elkaar gewoon hebben aangestoken,” zegt Leon. Tommie grinnikt: “Ik wilde gewoon fuzz-pedalen maken. Leon zei dat hij dat ook op school had geleerd, dat het niet zo moeilijk was. En zo ging het eigenlijk gelijk.”

De pedalboards: minder is meer, of toch niet?

Tommie’s pedalboard is indrukwekkend van omvang, maar hij benadrukt dat de logica erachter vrij zen is. “Ik doe meer dingen uitzetten dan aanzetten. Alles staat eigenlijk tegelijk aan.” De SansAmp is permanent in het signaalpad en vormt de kern van zijn geluid. “SansAmp, Precision Bass, dan heb je mijn basis sound.” Bij opnames voegt hij daar een clean DI aan toe én soms een MD421 voor de versterker, zodat de engineer drie kanalen heeft om mee te spelen. De SansAmp gaat bij live-optredens rechtstreeks naar de tafel.

Opvallend op zijn board zijn twee octavers: een MXR Bass Octave en een originele Japanse OC-2, de befaamde Green Label eerste run. “Deze glitcht echt,” zegt Tommie met enige trots. Een OC-3 heeft hij ernaast gehouden. “Daar hoor je echt verschil. Ik durf het niet te zeggen over de latere reissues, maar tegenover de OC-3 is het dag en nacht.” Naast de octavers heeft hij twee zelfdebouwde pedalen op het board, gebaseerd op een Mellowtone Wolf Computer Fuzz, met een zelf ontworpen dry/wet signaal splitter ingebouwd, wat voor bas essentieel is. “Anders verlies je je laagte. En ik heb er ook een phase-schakelaar bijgebouwd, omdat je bij een dry/wet-setup soms wat faseproblemen krijgt.”

Bij de gitaristen draait alles om een vrij bijzonder concept: de Sunn Beta Lead als pedaal door een cleane versterker. Leon speelt momenteel via een Univox U1011, een buizenbak die hij clean houdt, en jaagt zijn eigen bouw-distortion, de BEULTA-LEAD, gebaseerd op de Sunn Beta Lead, voor de versterker. “Een amp versterkt eigenlijk alleen maar. De EQ bepaalt hoe je amp klinkt, welk frequentiegebied je weghaalt of boost.” Frank Zoomer gebruikt dezelfde Beulta-Lead, zij het in een iets andere configuratie, twee kanalen, maar niet schakelbaar. “Je kan het met het volume regelen. Je maakt gewoon een mix van de twee.”

Het slimste ding op hun boards is misschien wel het simpelste: een zogenaamde ‘Wiener’, een potmeter-in-een-pedaal die de inputlevel verlaagt in plaats van het volume. “Als je minder gain wil, zet je normaal je gitaarvolume terug, maar dan klinkt het nergens naar. Dit verlaagt de input naar de distortion, zodat die minder hard overstuurt, terwijl het volume hetzelfde blijft.” Frank Zoomer knikt: “Dat idee komt uit de Sunn Beta Lead. Die amp kan alleen aan, en staat op anderhalf, eigenlijk al te hard. Alles eromheen staat op max. Zo krijg je die distortionsound.”

De studio, de plaat en loslaten

De studio is meer dan een oefenruimte, het is een plek die ze delen met drie andere bands en een losse drummer, in een omgebouwde garagebox. “Boven was vroeger de ‘kroeg’,” vertelt gitarist Frank Zoomer. “In de hoogtijddagen behoorlijk bezocht. Nu staat het vol met troep en doen de lampen het niet.” Beneden hebben ze inmiddels een groene muurhoek geschilderd voor greenscreen-opnames, maar ook die wordt nauwelijks gebruikt. De repetitiepraktijk is er des te actiever.

Voor hun nieuwe plaat Apparatus deden ze iets wat ze eerder niet hadden gedaan: ze gaven een deel van de controle uit handen. De opnames mixen ze zelf normaal gesproken, maar voor deze plaat schakelden ze Joost Klaver in, sound engineer, bekend van onder andere Haltpop en het audiovisuele collectief JNK. “Hij had al eens eerder iets voor ons gemixt in de Hellema,” zegt Frank Feij. “Een video-opname (zie hieronder). Dat had hij zo goed gedaan. We zetten het op YouTube en het was meteen een van onze best bekeken dingen.” Dus vroegen ze hem de hele plaat te doen. “Er was geen feedback nodig. Het was in één keer goed.”

Klaver bracht een paar trucjes mee die een groot verschil maakten. “Hij zei dat we een DI moesten gebruiken naast de gitaar, voor het clean signaal. Zodat je dat later in de mix kan blenden voor de laagte.” Leon knikt enthousiast: “Echt briljant. Vorige keer hadden we dat niet, en je hoort het verschil meteen.” Ook de drums profiteerden van zijn aanpak: naast de normale microfoonopstelling hing er een goedkope schijtmicrofoon met te veel gain midden in de ruimte. “Als je dat op zichzelf hoorde, was het een vreselijk geluid,” lacht drummer Frank Feij. “Maar net even in de mix, en het geeft precies die klik en aanwezigheid die het lekker maakt.”

De mastering was in handen van Karl Daniel Lidén, die eerder werkte voor Greenleaf en Lowrider. “We zijn gewoon fans van die bands,” zegt Leon droogjes. “Dus we hebben hem gemaild of hij het wilde doen. Hij wilde.”

Schrijven: puzzels en een appgroep met een naam

Hoe nummers tot stand komen bij Desert Colossus begint doorgaans thuis, in een WhatsApp-groep met de naam ‘Colossus Cum Bucket’. Iedereen gooit er ideetjes in, een riffje, een fragment, een stemming. “Dan zie je vanzelf, oh, dit past bij dat,” zegt Frank Zoomer. “Het is een soort puzzel.” In de repetitiepraktijk worden die ideeën samengevoegd. “Vaak komen mensen binnen met één of drie riffjes. Dat lijkt ergens op, dit is het begin van een nummer. Dan plak je er iets aan vast en kijk je of het flowt.”

Als iets geforceerd voelt, laten ze het los. “Als we er te veel over moeten nadenken, gaat het op de plank. Dan doen we iets wat wél werkt,” zegt Frank Feij. “Vorige week hebben we nog een nummer gemaakt in één oefensessie. Gewoon omdat één noot al gelijk klikte.” Voor Apparatus zijn zo’n vijf nummers in de prullenbak gegaan. “Gespeeld, demo van gemaakt, en dan toch gedacht: de energie is er niet. Soms ook live getest als try-out, en dan gemerkt dat ze het publiek niet meenamen.”

Het songschrijven is van iedereen, maar de impulsen komen op verschillende plekken vandaan. Drummer Frank Feij schrijft de meeste riffs vanuit de drumhoek, wat een andere dynamiek geeft. “Hij denkt vanuit het ritme, dus dan krijg je een andere invalshoek in de nummers,” zegt Leon. “Wij hebben de luxe dat wij weten waar de hooks horen te zitten,” vult Frank Feij zelf aan. “Het hoeft niet moeilijk te zijn. Herkenbaar is belangrijker.”

De teksten zijn van Frank Zoomer, met input van de rest. Folklore, games, Skyrim zijn een terugkerend thema, en persoonlijke dingen lopen als rode draad door de drie platen. “Kortsluitingen in je hoofd. Een verhaal tussen een hij en een zij die er niet uitkomen.” De tweede plaat draait grotendeels om verliefd worden op een escort, zonder dat dit eerder duidelijk was. “Achteraf pas ontdekt,” zegt Frank Zoomer. “En toen was de hele cd al volgeschreven.”

Dertien jaar, onveranderde bezetting

Desert Colossus bestaat dertien jaar, altijd met dezelfde vier mensen. Frank Zoomer en Frank Feij kennen elkaar al vanaf de basisschool. Tommie heeft ze als postbode leren kennen. “Mijn postbode,” bevestigt Frank Zoomer droog. Dat ze zo lang soepel samenwerken is voor henzelf bijna even opvallend als voor buitenstaanders. “Ik heb in bands gezeten waar één riffje vier of vijf oefensessies discussie opleverde,” zegt Frank Feij. “Hier zegt iemand gewoon: dit is het niet. Prima, volgende.” Leon vult aan: “Niemand forceert iets. Als het niet werkt, is het klaar.”

De buitenwereld: gigs, promo en wat ze leerden van Red Sun Atacama

De nieuwe plaat is nu een kleine maand uit en de machine begint te draaien. Er staan gigs gepland in Sliedrecht, in Zaandam en meer door Nederland. Namen van specifieke shows mogen nog niet allemaal naar buiten helaas. Ze willen meer: Desert Fest, Sonic Whip, grotere podia. “We hebben best vaak dat mensen van andere bands, ook grotere stoner bands, zeggen: hé, waarom heb ik nog nooit van jullie gehoord?” zegt Leon. “Dat is een compliment, maar ook een signaal.”

Ze kijken met bewondering en een tikje herkenning naar Red Sun Atacama, een band waarmee ze meerdere keren hebben gespeeld. “Die hebben met hetzelfde PR-bedrijf gewerkt als Mars Red Sky, dezelfde studio, en dat heeft ze echt een boost gegeven,” zegt Tommie. “Plus een kneiter dikke plaat, natuurlijk. Maar dat samenspel van product en promo, daar zie je het verschil.” Wat ze leerden van optredens met die Fransen: professionaliteit in de aanpak. “Ze hadden altijd iemand mee die het vervoer regelde, de contacten legde en video’s maakte. Een soort huurbandsupport die ze meenamen.”

Zelf zijn ze er altijd een beetje per ongeluk in gerold. Eerste plaatje op Bandcamp, ging goed. Tweede iets minder. Derde plaat, net op stoom, en dan corona. “De wereld ging op slot. We hebben wel veel verkocht, gelukkig. Maar we hebben de boot een beetje gemist omdat we er nooit echt werk van hebben gemaakt.” Nu willen ze dat anders doen. Ze staan open voor een booker of iemand die kan helpen met promotie. “Bookers zijn welkom,” zegt Leon kort en krachtig. “We willen gewoon spelen.”

Het artwork van Apparatus is van Tom van der Linden, illustrator, grafisch ontwerper en zanger van Cervus. “Hij benaderde ons zelf,” vertelt Frank Feij. “Gevraagd of we de hoofdact wilden zijn bij de EP-release van zijn band in de DB’s in Utrecht. Ik werd heel blij.” Tijdens dat optreden verkochten Cervus bijna al hun shirts in één avond, mede dankzij de visuele kracht van het collectief erachter. “Drie illustratoren in één band, dat helpt.” En het past ook: het artwork van Desert Colossus is precies zoals de band klinkt, donker, rijk en met een eigen wereld erin.

Wat Leon uiteindelijk het best samenvat: “We hebben de vorige drie platen alles zelf gedaan. Artwork, mix, opname. En je merkt het verschil als je het uit handen geeft aan mensen voor wie het hun werk is. Net zoals je met amps twee lagen hebt die samen een breder geluid geven, twee mensen die iets anders horen, versterken elkaar.”


Desert Colossus, Apparatus is nu uit op vinyl, cd en digitaal.
Te bestellen via desertcolossus.bandcamp.com.
https://www.facebook.com/Desertcolossus
https://www.instagram.com/desertcolossusband

Discografie:
Desert Colossus (self titled), 2016 (cd)
Omnibeul, 2017 (cd)
Eyes and tongues, 2020 (dubbel LP en cd)
Apparatus, 2026 (dubbel LP en cd)

One thought on “Nieuw album en nieuwe kansen voor Desert Colossus

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *